#ShareTheStreets, Achter de Schermen. Door Anna Claire.

Een gastblog en #ShareTheStreets (= DeelDeStraat) verslag door Anna Claire, één van onze ‘rockster’ vrijwilligsters!! Overgenomen en vertaald van haar blog Go Away Everywhere (23/4/2013).

img_6570 

Ik werd vrijwilligster voor Hollaback! Brussel nadat ik participeerde aan hun tweede ‘Gemeenschapscirkel’, georganiseerd voor de studenten binnen mijn leerprogramma. Deze 2 ‘cirkel’ sessies waren in gang gezet door onze wonderbaarlijke, gevoelige en bedachtzame coördinatrice Chloé. Verschillende studenten van onze groep hadden haar namelijk in de herfst aangesproken in verband met voorvallen van straat intimidatie in Brussel en vroegen haar hoe ze hiermee konden omgaan. Chloë, die reeds van de Hollaback! beweging had gehoord, contacteerde de toen 4 (nu 6) teamleden van Hollaback! Brussel — Julie, Anna, Ingrid, Angelika, Quentin en Jo — en vroeg hen of ze bereid waren om informatieve sessies aan onze groep te geven.

Misschien heb je toevallig ook mijn “Femanifest #1,” gelezen? Daarin vermeld ik dat, vooraleer ik meedeed aan deze 2de ‘Gemeenschapscirkel’, ik net een onthullend artikel had gelezen over geweld op vrouwen (van Rebecca Solnit). Hierna, was ik meteen op zoek gegaan naar Brusselse hulporganisaties die vrouwen ondersteunen die verschillende vormen van geweld hebben meegemaakt. En meer bepaald, zocht ik naar mogelijkheden om te vrijwilligen, wat niet veel directe resultaten opleverde. Nu weet ik al wat ik doen zal wanneer ik terugkeer naar Burlington (Verenigde Staten) — de ‘HOPE Works’ organisatie is altijd op zoek naar vrijwilligsters — maar ik wou geen zeven maanden wachten vooraleer ik tot actie kon overgaan. En het is niet zo dat Brussel gevrijwaard is van geweld op vrouwen. Integendeel.

Ik benaderde Anna na de 2de ‘Gemeenschapscirkel’ en vroeg haar wat ik voor Hollaback of voor iets anders in deze stad kon betekenen. Ze noteerde mijn emailadres, en een paar emails, kleine opdrachten, vertalingen en virtuele hollaknuffels later, zat ik aan tafel bij mijn eerste Hollaback! offline meeting met alle teamleden en de andere vrijwilligers. Het aura van enthousiasme en alles-inclusief optimisme van de Hollaback! Brussel crew kan ik niet genoeg accentueren. Ze zijn resoluut en toegewijd in hun doel om de verkeerdheid van straat intimidatie aan te duiden en om er een einde aan te maken in alle 18 Brusselse gemeenten, maar ze zijn niet gedreven door kwaadheid. Ze zijn mijn favoriete voorbeeld om aan te tonen hoe een bepaalde dosis kwaadheid handig kan zijn, maar hoe een teveel eraan contraproductief kan zijn, giftig kan zijn, en eigenlijk destructief is. Het is door een mengeling van positieve gevoelens maar doorgezette verlangens en actieplannen, dat het “#ShareTheStreets (DeelDeStraat)” idee ontstaan is.

#ShareTheStreets” bouwt verder op Hollaback! Brussel’s opzet van vorig jaar: met name, de straten ‘herclaimen’. Er heerst nu het gevoel dat we ons meer bewust zijn van de publieke ruimte; we zijn ons meer bewust dat de straat ons evenzeer toebehoort dan de belagers die ons het tegendeel willen doen voelen; we staan gedetermineerder in onze schoenen en laten niet toe dat onze straat intimidatie – ervaringen ons een langere weg naar het werk doen nemen, of ons verhinderen naar een bepaald evenement te gaan omdat het plaatsvindt in de buurt waar we reeds lastiggevallen werden. Hier willen we deze kennis doorgeven aan iedereen — de straat en de publieke ruimte behoren toe aan iedereen! Het maakt niet uit wanneer, waar, hoe of met wie je je op straat begeeft. Wat je ook aanhebt. Wat voor gender, seksualiteit, ras of ethniciteit je ook eigen is. Iedereen heeft het recht om zich doorheen de publieke ruimte te begeven of er gewoon in te verblijven en ervan te genieten, hoeveel men ook wil, zonder de angst om geïntimideerd, lastiggevallen of aangerand te worden. De Hollabackers besloten dat één van de beste manieren om deze zaken te benadrukken is om de focus te verleggen op de bewustmaking van omstanders, om hen aan te moedigen actief, dapper en empathisch te zijn; om verhalen te delen van positieve ervaringen met omstanders in Brussel en zo te bewijzen dat lastigvallers deze stad niet definiëren; en daarnaast, om geschenkjes met eraan motiverende of informatieve kaartjes achter te laten in de publieke ruimte voor toevallige vinders, die op hun beurt kunnen gelezen, opgerapen of opnieuw doorgegeven kunnen worden. 

Of zoals er op de Hollaback! website neergeschreven staat, “Omdat we enkel Samen deze stad intimidatie-, discriminatie- en geweld- vrij kunnen maken.”

Got harassed? Hollaback! (Photo by me.)

Mijn contributie tot de #ShareTheStreets wandeling bestond uit een handvol CD compilaties en 10 gedichten, 5 in het Engels en 5 in het Frans. Ik bevestigde aan elk van deze geschenkjes één van de gepersonaliseerde kaartjes die we samen hadden voorbereid in de Hollaback offline meeting. Op elk kaartje stond er aan de voorzijde “Deel de straat” in de 3 talen en aan de achterzijde stond er een geschreven boodschap. Op sommigen stond er eenvoudig “Ben je getuige van straat intimidatie? Hollaback!”, terwijl anderen een gedetailleerde omstanders’ tip omschreven. Ik wierp alles in mijn rugzak en vertrok naar de Kunstberg om me bij de rest van de Hollaback crew te vervoegen.

Ze waren erg zichtbaar, en hadden hun knutsel en actie gerief overal verspreid over de grond en een bankje. Ze bevestigden de kaartjes aan de geschenkjes, staken gedichten en berichtjes in kleine plastiek broodzakjes, ontwarden de zelfgemaakte windmobiles met veertjes  — ze schreven krijt boodschappen op de grond en de bankjes, praatten, lachtten, o-wauw-den over de leukheid van elk geschenk. Eén doos overvloeidde met kleine bloempjes en plantjes geplant in teetassen, één van onze meest markante en populaire geschenken van de dag. Elke bank in het park was bezet door mensen die aan het zonnen waren, genietend van hun lunch, lezend in een boek, vrienden ontmoetend, foto’s makend, stralend in het lichte gevoel van lente in de lucht. Eén van de vrijwilligers speelde gitaar en zong zacht in het Spaans. Een andere vrijwilligster was een klein meisje, niet ouder dan 10, erg gefocust op haar taak van kaartjes aan geschenkjes te hangen.

(rest van de vertaling volgt snel!)

We began by looping yarn around trees, tying mobiles in their branches. We stuck notecards attached to bobby pins in the bushes and placed the plants on empty benches. We taped the poetry to flat surfaces. Out of the Mont des Arts, we created a veritable, living, breathing mountain of simple, creative, positive art. And even while we were decorating the park, people were touching the mobiles, reading the cards, taking pictures. I videotaped a few of their reactions, when I was sure it wouldn’t be too creepy. They would read the front of the card, flip it over to read the longer message, then nod their heads in agreement. I overheard one guy say to his girlfriend, “That’s so cool. That’s a really good idea.” They seemed a little hesitant to take the more elaborate pieces down. That was part of our whole point — what’s out there in public space is for all of us. These are for you. Take them, love them, pass them on. 

Once we decided we’d sufficiently arted the park, we moved to the square in front of the clock and began to chalk. A chalk walk, for those who don’t know, is a simple concept: it involves grabbing a piece of chalk and scrawling a message on a surface to reclaim a part of public space and both make it your own and open it up to others. The concept originally started as a means of reclaiming the spaces where someone was harassed. It’s part of an element of cognitive behavioral therapy, Ingrid explained to us later, to have the patient confront exactly what it is that traumatizes him or her. It’s a major part of the healing, possibly the most difficult part. Having been a patient to this kind of therapy myself, I could tell you, in detail, how hard it is. And I can also tell you how much it heals. The person harassed writes whatever will help them — a message to the harasser, a message to harassers in general, a message alerting people to the realities of street harassment — whatever will best help them reclaim the space. It’s moving, Ingrid was saying, it’s an incredible emotional experience, both to feel and to witness.

img_6674From there, we moved down le Boulevard de l’Empereur, tying notes to lamp posts and banisters and window wipers, putting gifts in the baskets of the city’s Villo bicycles, leaving plants and small pieces of beaded jewelry on windowsills. After a quick pick-me-up in Al Jannah on Rue Blaes, we continued through la Place du Jeu de Balle and reached la Porte de Hal as our final destination. We drew long chalked messages down the sloping sidewalks of the park, decorated all the fences, and took a few minutes to appreciate both the work we’d done in the park and the work we’d done throughout the whole day.

While I was tying a few message cards to a fence, a couple with their three small dogs strolled up behind me. One of the men was watching what I was doing as he slowly passed and he said under his breath in English to his partner, “I wonder what they’re doing?” The other man shrugged.

I turned and grinned. “Do you want me to tell you?”

He laughed. “Yes!”

I explained that it was International Anti-Street Harassment Week, that our concept was sharing the streets with everyone, and if they should happen to see one of our gifts, they should pick it up. The two nodded and carried on walking their dogs. They moved slowly through the park, reading all the note cards, picking up the flowers, touching the mobiles. As they came to the end of a full loop, nearly meeting back up with us, the first man decided to pick up a tulip bulb planted in a pot. Ingrid clapped, so excited someone had taken the initiative to claim a present. Beaming, he asked if he could take a picture with a few of us. His partner held the three leashes and snapped a shot of the two of us with the triumphant present finder. He turned to us afterwards and, clutching his plant, said, “I’m so glad you all are doing this. The city needs something like this. We,” he said, gesturing to his partner, “are kind of known in the neighborhood. Here in St. Gilles, you know, ‘cause we’re always walking the dogs. We just got harassed pretty badly last week… we get spit on and stuff.” He paused. “So thank you, really.”

I wanted to hug the shit out of him. “That’s why we’re doing this. We absolutely do need this. That shouldn’t happen.” I didn’t need to tell him that, of course. We waved an amical goodbye. 

img_6630We finished up our long afternoon and evening with a quick drink in Potemkine, just across the street. It’s a special group of people, the Brussels Hollabackers. We talked forever, about all sorts of things ranging from feminism and harassment to films we remembered from childhood. The conversation on the more difficult, often heated issues–rape culture, street harassment, Femen’s actions–took place in the way these conversations always should: without anger, without hate, without judgment. Only open ears and an effort to understand what someone is saying and why. The space between those in the group and between others is so open, so free, so fluid. You never feel ill at ease, or like an outsider–you feel like you are one of them. I don’t mean that in a clique way. I think it comes from the fact that they are working to foster that kind of communication on a large scale in Brussels–that openness and that freedom–and they start with themselves, in their daily lives, with their friends, family, and acquaintances. It’s not a sensation of a conscious effort on their part to try to include everyone and make everyone feel good–it’s just what ends up happening because it is coming from such a positive place. That is Hollaback! Brussels. That is the principle of #ShareTheStreets.

And because of this positivity, I experienced a feeling in the streets of Brussels that I’d never felt before, or if I have, it hasn’t been for any longer than a few minutes. I felt… I mean, I felt like myself. I felt like I could walk where I wanted, do what I wanted, whistle what I wanted (I was whistling a lot of indie folk hits), skip up and down the pavé however I wanted. I didn’t worry about whether my skirt was riding up or not, or whether my shirt was slouching down too low. I didn’t spare two seconds’ thought to what male passersby might do to me. It wasn’t particularly because we were all in a group–as we walked, we spread out over large areas to scatter our presents as widely as possible. It wasn’t because I was taking a defensive, it’s my right to be here too, kind of attitude. It was, plain and simple, that hopefulness, that belief in the citizens of Brussels that we are mostly good, we are inherently good, and we just need a little nudge to show it. Maybe a girl with a navy knapsack and floral sunglasses whistling Boy & Bear’s “Feeding Line” was a nudge for someone. Maybe finding a potted plant in the basket of a Villo was another. Maybe seeing a group of teenagers clustered around one of our longer messages, reading it out loud, was yet one other.

The streets belong to all of us. Owning the streets, reclaiming them, it doesn’t mean guarding them jealously to ourselves. Then we’re back to square one. It meant what I felt that Saturday that we walked from the Mont des Arts to les Marolles, making each other and other smile, getting strangers to walk away with an extra bit of reflection and of kindness. Even getting one person to think differently about street harassment, or making a victim’s day a little brighter–that’s still one person whose day you affected, and positively.

We didn’t take Brussels by storm. We took it by cups of plant and petites pensées du jour.

Anna Claire.

#ShareTheStreets, #EndSHWeek

img_6691
©Copyright all images: Anna Claire Weber

KLIK HIER VOOR MEER FOTOS van de #SHARETHESTREETS WANDELING

Geen Antwoorden

De reacties van de auteur zijn in een donkergrijze kleur zodat je de auteur posts tussen de reacties eenvoudig kan terugvinden.

Reageer

Powered by WordPress